Saramaccaans voor beginners

Saramaccaans voor beginners                                                 woensdag 7 augustus 2013

Het Saramaccaans is een stuk moeilijker dan het Aucaans of het Sranantongo. De Saramaccaners vluchtten veel eerder het bos in (sommigen al  voor 1700), en veel van hen waren slaven van uit Brazilië weggestuurde Joodse plantagehouders. Dus zit er behalve Engels, Nederlands, Indiaans en Afrikaans ook een hoop Portugees in. Laat dat mengsel van talen een paar honderd jaar gisten in een verafgelegen oerwoud, gooi zoveel mogelijk medeklinkers eruit en je krijgt Saramaccaans. 

We doen ons best het te verstaan, mensen komen ons tegemoet met hun versie van het Sranantongo. Net als je denkt dat je alles begrijpt, gaan ze met elkaar praten: niet alleen het volume wordt met 100 decibel opgeschroefd, ook versta je er opeens geen klap meer van. Zo kom je er achter dat je al die tijd in een soort Saramaccaans voor sukkels bent toegesproken. De toeristen die hier komen, spreken geen woord met de lokale bevolking. Voor mensen die hier komen en toch eens een praatje willen maken, hieronder onze klunzige samenvatting:

wóóóy = Hé, jij daar! (kan ook geroepen worden in een telefoon)
un dé noooooo = (lett. wij zijn er): hoi
i kon akii? = (lett. ben jij gekomen?): hoi
weki-oooooooo = goedemorgen
mi weki taangaaa = (lett. ik ben sterk wakker geworden): ook goedemorgen
duumi weki = (lett.: slapen wakker worden): slaap lekker
saai sèèèèèèèfi = van hetzelfde

Let op als mensen zich voorstellen met een bekend klinkende naam: zo heten ze dus niet. Niemand kent ze bij hun paspoortnaam, je moet hun bijnaam weten: 
Georgio heet Jamesi, Agnes heet Akkie, Cor heet Abèlle, George heet Sioorie, Angelo heet Djanko, Hesdy heet Adadu

Moni (geld): kwaliki = kwartje (0,25 Surinaamse dollar)
tiensensi = dubbeltje (0,20 SRD)
dala = 1 Surinaamse dollar (100 ct) in de stad zeggen ze ‘doller’
gaan dala, baaka dala (grote / zwarte dollar) = 250 ct

tu yuuu te mi doooo (lett. twee uur tot ik deur) = ik ben er pas om twee uur.

alibi – boontje (een soort klein bruin capucijnertje)
alibi alibi – boontje-boontje (Senna occidentalis), onkruid met oneetbare boontjes

baaka = zwart, blauw of paars of wit (bakra)

Saalaaamakka stilaati in Palamaliboo = Saramaccastraat te P’bo, hier pak je de bus naar ‘t binnenland. Je hoort het Aucaans en Saramaccaans al op de stoep.

mi lij, mi lij = ik rij al (roept Doksi in zijn cell als er nog iemand mee wil die te laat is)

Ik ben geen rasta, ik draai gewoon mij haar. 
Djamaika = toeristenverblijf op Jawjaw, niet het eiland. Bob Marley? Wie is dat?

Hoe oud ben jij zonder vrijpostig? = Mag ik zo onbeleefd zijn te vragen hoe oud je bent?

Ik heeft nok niet blaas = ik heb nog geen ballon (dus mag ik er een?)

sembe buka (lett. iemands mond): kwalijke dingen die mensen over je kostgrondje zeggen, zodat er niets meer groeit. Om dit tegen te gaan plant je een pakopesi (Canavalia brasiliensis, een hele grote oneetbare boon) aan de ingang van je veldje. In Benin gebruiken voodoo priesters een boon van Canavalia ensiformis tijdens rituelen, die heet….akpaku.

tinde = klein vogeltje dat de rijst op eet. Je schiet erop met je ‘slinger’ (katapult).
Niemand heeft hier dus moeite met mijn naam uitspreken

kakisa = huid, schil, boombast.

mi nango bakasei (lett. ik ga naar de achterkant) = ik ga het bos in

switi mofo (lett. zoete mond) = vlees uit het bos of een lekkere vis

disi boy no taki neks = deze jongen zegt niets (Jorik heeft moeite met Saramaccaans) 

djanga futu = hert (eet alle napibladeren op)

genge = twee pannendeksels die op elkaar klapperen om vogels weg te jagen.

blina bal- een zoet broodje dat bakker Betsy bakt (Berliner bol)

hanse muyee = lekker wijf (van ‘handsome’ (Engels) en ‘mulher’ (Portugees)

loli = slijmerig, zoals sesambladeren in een kruidenbad
lolo = rollen
luile = ruilen
lalu = oker
kalu = mais
palu = Heliconia

beee = brood    bee = buik   be = rood
Als dus wil zeggen: “mijn rode buik zit vol brood”, dan klink je als een sukapu (schaap)

ketre kendi kendi kendi -pas op die ketel is heet!

Ik ga voor jou een onderkomen bouwen hier = ik vind jou leuk

sakwati kula: ‘dat is een vrijpostig ding, dat draagt een man in zijn broek!’ 

Afbeelding

 

Minke deelt ballonnen uit, de vraag is groot. ‘Ik heeft nok keen blaas’. Foto: T. van Andel

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s