Beestenboel

Beestenboel

Minke en Jorik zijn in Jawjaw volop aan het werk geslagen, de plantenstoof staat te loeien, dus het is tijd voor mij en mijn gezin om te vertrekken. Na vier dagen in de stroomversnelling plonzen beginnen de kinderen zich ook te vervelen. Nadat man & kids weer naar Nederland zijn vertrokken, zal ik naar Jawjaw terugkeren om het onderzoek af te ronden.

Op de terugweg naar Atjoni scheuren grijs-blauw ijsvogels zo groot als duiven voor onze boot langs. Doksie blijkt ook ergens op de rivier rond te hangen, dus we wachten op hem en zijn passagiers totdat het busje vol is. In Atjoni, op de grens tussen oerwoud, rivier en asfaltweg zie je wat er allemaal aan bosprodukten mee naar de stad gaat. Rijstzakken volgestouwd met cassave, tajerknollen en pinda’s. Levende planten in de handbagage. Koelboxen vol versgevangen piranha’s (nog stukken groter dan de onze) worden achterin de minibusjes gepropt. Een van onze passagiers heeft een kartonnen doos met wat luchtgaten bij zich, waarin een levende toekan zit. Ook draagt hij een vogelkooi met drie zwart-gele wevervogeltjes met zich mee, die bij elke verkeersdrempel luid piepen. Weer een andere vent haalt uit zijn rugzak een baby luiaard, die hij met een zojuist in de Chinese supermarkt gekocht zuigfles melk voert. Het luiaardje drinkt erg langzaam…. Daan houdt het beestje wel een uur op schoot, totdat het in slaap valt.

Opeens steekt een zwart, uitgestrekt beest met korte poten een lange pluimstaart de weg over. De helft van de mannen schrikt wakker en discussiert over de identiteit van deze uit de kluiten gewassen kruising tussen een stinkdier en een bunzing. ‘Is dit nou een ahila?’, vraag ik. ‘Ja, ja, dat is een ahila’, zegt iemand, ‘Hij eet vaak suikerriet’. Chris pakt er zijn Neotropical Rainforest Mammals bij, het beest blijkt ‘aira’ te heten. Oke, ahila dus, op zijn businenge uitgesproken. Weer een mysterie opgelost.

Onze chauffeur Doksie (eend) stopt voordat hij Paramaribo binnenrijdt langs de highway bij de bushmeat markt van Suriname. Talloze koelboxen met vis, buffel (tapir), schildpad en pakira (peccary, bosvarken) staan hier onder kleurige paraplu’s. De vent met de vogelkooien en de eigenaar van de baby-luiaard stappen uit. En ze zeiden nog wel dat ze die beesten hadden gevangen om te kweken….

Afbeelding

Daan met baby luiaard. Foto: C. van der Hoeven.

In de binnenstad waait een lijkengeur onze bus binnen, waarschijnlijk een dooie kat die in de brandende zon in de sloot ligt. ‘Tingi foto’, murmelt Doksie, terwijl hij het raam dichtschuift. ’s Nachts in Paramaribo zijn we even blij weer in een fatsoenlijk huis te slapen, totdat het hondenconcert begint. Elk huis heeft hier een waakhond: een aan een touw van minder dan een meter vastgebonden, geelharig misbaksel, ronddraaiend in zijn eigen uitwerpselen en met geen andere bezigheid dan zo hard en lang mogelijk achter elkaar blaffen. Op straat drentelen de bendes loslopende honden, die zijn van niemand en planten zich luidruchtig voort, lopen nachtenlang te hoesten of te kotsen, of beginnen met zijn tienen tegelijk in koor te huilen als een roedel wolven. Waar is de Partij voor de Dieren als je hem nodig hebt?

Standaardmodel tropische straathond

 

Standaardmodel tropische straathond: geel, graatmager en gehavend. In Guyana noemen ze hem een “rice eater”. Poepen doet hij niet, want hij krijgt niets te eten, maar blaffen en bijten gaat daarentegen heel goed. Foto: T. van Andel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s