Op weg naar Jawjaw

Op weg naar Jawjaw                                                               woensdag 24 juli

Het is tijd om de tweede veldwerkplek uit te checken: Jawjaw.  Daar woont een deel van de familie van onze Saramaccaanse vriend Berto Poeketie. Tessa en Amber zijn naar Nederland, Minke krijgt hulp van Jorik, net afgestudeerd in Wageningen maar als student meegeweest naar Benin en nu op wereldreis en even langs in Suriname. Er is ook een toeristenverblijf, Djamaika, waar Chris, de kinderen en ik een paar dagen zullen logeren, totdat de studenten goed op dreef zijn en ik ze alleen kan laten.

Hoe kom je naar Jawjaw? In de Saramaccastraat in Paramaribo vind je een lange rij winkels met hangmatten, klamboe’s, geruite pangistoffen, schoppen, houwelen, geweren, kogels, goudpompen en andere goederen die je in het binnenland hard nodig hebt. Voor die winkels staat een rij aftandse, bestofte minibusjes, die volgestouwd worden met bagage en Marrons het oerwoud in gaan. Ik schiet een willekeurig busje aan, het blijkt richting Atjoni te gaan, het dorp waar de weg ophoudt en de reis ver moet per boot. De chauffeur heet Doksie (eendje): op zijn visitekaartje staat een plastic badeendje. Na slechts vijf keer bellen komt hij keurig op de afgesproken tijd en plaats ons ophalen.

De Afobakkaweg, vroeger een lange, roodbestofte gatenweg, is nu glad geasfalteerd, zodat we er geen acht maar drie uur over doen om het eindpunt van de weg te bereiken. De auto’s rijden er nu ook wel tien keer zo hard, waardoor er veel ongelukken gebeuren. Gelukkig rijdt Doksie rustig, ik heb hem gedreigd niet te betalen als hij te snel rijdt. En hij houdt zich aan zijn woord. Ik vergaap me aan de nieuwe Chinese supermarkten en benzinepompen langs de weg.

AfbeeldingAtjoni: overslagpunt tussen rivier en weg, tussen binnenland en kustgebied. Oftewel: hoeveel laai krijg ik in eeen minibusje? De vent met het roze shirt is Doksie. 
Foto: C. van der Hoeven. 

Na de Brownsberg zie je de goudzoekerskampen gewoon langs de weg, hangmatten onder schamele daken van blauw plastic, de grond opengewroet. Een blauw-witte toekan zit in een boom naast de berm. In Atjoni wacht een boot op ons, die ons een half uur de rivier op vaart naar Jawjaw.

Afbeelding Atjoni: vanaf hier alleen nog maar boten. Foto: C. van der Hoeven.

Berto heeft zijn nicht Melita geinstrueerd ons op te vangen en die heeft een onderkomen voor de studenten georganiseerd. Ze regelt in een middag drie dames met kostgrondjes voor de volgende dagen, een kokkin, een vogelgids voor Chris en bakker Betsy die 25 broodjes voor ons gaat bakken.
Het Saramaccaans is een stuk moeilijker te volgen dan het Aucaans, maar uit de gesprekken tussen Melita en onze toekomstige informanten maak ik op dat ze precies weet wat we komen doen. ‘Den suku uwíi’, vang ik op, ‘ze zoeken bladeren. Ach ja, zo simpel is het ook eigenlijk.

Jawjaw ligt naast een stroomversnelling, waar rotsen boven water steken en blote zwarte kindertjes vanaf springen terwijl hun moeders in kleurige geruite pangi’s voorover gebogen in de rivier staan te “vaten”, kleren of babies te wassen, te hengelen of vis schoon te maken, of dit alles tegelijk.

Afbeelding Even afwassen in de rivier. Foto: C. van der Hoeven.

Een tropisch zwemparadijs voor de kinderen, die de hele dag tussen de rotsen plonzen en zich door de stroom laten meevoeren. De zwemband die we meenamen was een groot, maar kortstondig succes: na 1 dag lek. Toch niet: de volgende dag was hij weer opgeblazen en scheurde hij weer met drie passagiers over de rotsen; het gat met een touwtje dichtgeknoopt en gewoon weer opgeblazen. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s