Aucaans voor beginners

Aucaans voor beginners                                                      donderdag 11 juli 2013

Mooytaki betekent ‘mooi gezegd’ en de dorpsbewoners doen deze naam eer aan. Dagelijks lachen ze ons uit om ons gestuntel in het Aucaans. Dagelijks lachen wij net zo hard om hun manier van spreken. Hieronder een woordenlijst voor toekomstige bezoekers aan Mooytaki, om de mensen zo goed mogelijk te begrijpen. Aucaans lijkt moeilijk, maar met deze lijst kom je een heel eind. Samengesteld door Minke.

a no habi pikin, ma a abi bobi toch? = ze heeft geen kinderen maar ze heeft toch borsten (zeggen kinderen tegen elkaar over de studenten)

baali = schreeuwen, dat deden ze hier heel hard toen er nog geen mobiele telefoon was.

bamtabak = flesje met bruin tabakswater om op te snuiven en weer uit te snuiten

begin te zitten = ga snel zitten anders is de boot niet in balans en slaan we om

bidon = oliedrum uit Albina met diesel of benzine, in min of meer gedeukte toestand

blok = bouillonblokje (essentieel onderdeel van iedere maaltijd)

boeler = homo (die heb je hier trouwens niet, zegt men)

bombel = rotje (te koop bij Chinees om vogels uit je rijstveld te jagen)

branaan = banaan (af en toe lukraak een ‘r’ in het woord plaatsen, tenzij het echt moet)

brei yu uwíi = je haar invlechten (gaat er vrij pijnlijk aan toe)

‘deze plant wordt alleen gegeten door Saramaccaners en honden’ = vergeten groente

djompo-djompo = op en neer springen

èèheeejéé= ja toch!  (per zin minstens 1x gebruiken, vooral aan de telefoon)

Fransisei = ’de Franse kant’, Frans Guiana (daar waar je een uitkering in euro’s ontvangt)

gasbom = gasfles        

kenki bom = een nieuwe volle gasfles halen

gezondheidsbril = een bril die je nodig hebt (in tegenstelling tot een zonnebril)

hebiiiii = het is erg zwaar!

howru / houwer = machete (zwaai ermee voor iemands neus als je hem de weg wijst)

ik ben geen zout = als je geen zin hebt een paraplu te zoeken en toch door de regen loopt

ik boos niet = ik maak er geen probleem van

ik ga even vaten = ik moet nodig de afwas doen in de rivier

jullie eten teveel brood (slingeren ze naar ons hoofd als we van de bakker komen)

geef me een blaas, nah! = mag ik een ballon?

fonfon = fijnstampen met zware stok in loodzware houten vijzel

mi o fon yu = ik ga je slaan (zeg het minstens 1 x per zin als je tegen een kind praat)

kassie = diepvries, doet het alleen van 18:30-23:00 als de ‘lichtmotor’ (generator) aan is

kiikii = houten kloppertje voor de pindasoep en elke boom met 4 takken in krans waarvan je die stokjes maakt.

koba = plastic bakje (Tupperware)

kras-krasi = jeuk

laai = bagage. Goudzoekers hebben er nog meer van dan witte vrouwen.

machienboto = boot met buitenboordmotor (in tegenstelling tot ‘paliboto’ =  peddelboot).

minkiminkie = poes

mongo = heuvel

monta = voetbalschoen

mooi laspel en = iets goed fijn raspen

moro lati, moro poku = later meer muziek = “de mazzel” of “ik zie je”

papapááá = ik snap het (zeggen ze ook in Ghana als ze iets eindelijk begrijpen)

patserwagi = pantserwagen, hummer (‘drugsbaron in foto habi en’ = bepaalde types in de stad hebben ze)

saaf-saafie = rustig (antwoord op ‘hoe gaat het?’)

saafu = zacht (cassave) of frisdrank (‘soft’)

sjaaasjhe = oplader voor mobiele telefoon

smeeroliebrenki = zoutvlees emmer (met goedsluitend, kakkerlakbestendig deksel)

sribi mooi…weki taanga = slaap lekker en gezond weer op

stroop = limonade, echte bruine stroop heet ‘merassi’ (melasse)

swalufu tiki = lucifer (van zwaluw of zwavel?)

swit’ mofo, toto = vlees (uit het bos)

taanga foo = taaie dorpskip (in tegenstelling tot diepvriesplofkip van Chinees op Dritabiki

tai a daguuuu!!! = bindt die hond vast! (roepen vlak voordat je wordt aangevallen)

te yu kis pikin toch = als je een baby krijgt

tigri, tijger = jaguar (een hele krote poes, je weet toch?)

tokotokotoko = modder

tumbu = bergje zand om yamwortel in te planten

uwíi = bladeren van een plant of haar op je hoofd

waai, waai, waai!! = rot op

was’wasi = wesp (als je dit hoort begin dan weg te rennen)

wèèèè no? = ja toch!?! (beiden minstens 10 x gebruiken per conversatie)

yaap’yapi = aap, ‘fu kweki’ (als huisdier), ‘fu nyan en toch’ (om op te eten)

yu e pina = je bent de pineut (als je geen man hebt om een kostgrondje voor je te kappen)

Afbeelding

yaapyapi fu kweki.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s