Op zoek naar Afrika in Suriname

Marronvrouw verkoopt medicinale planten in Paramaribo 
Marronvrouw verkoopt medicinale planten in Paramaribo.
Foto: C. van der Hoeven

De Surinaamse Marrons zijn afstammelingen van slaven die van de plantages het binnenland zijn ingevlucht in de 17e en 18e eeuw. Diep in de jungle hebben ze eeuwenlang hun eigen taal en cultuur weten te behouden. Hoe hebben ze weten te overleven in een oerwoud met totaal andere planten dan in Afrika?

Het is bekend dat ze landbouwgewassen van de plantages uit de kust meenamen om in hun dorpjes in het binnenland te verbouwen. De Indianen leerden hun hoe ze wilde planten moesten gebruiken als voedsel en medicijn. Maar ze hebben ook heel veel zelf moeten uitproberen.

Tinde van Andel gaat met haar studenten Minke en Amber (Universiteit Wageningen) op zoek naar Afrikaanse gewassen in de Surinaamse jungle. Worden die nog steeds gekweekt? Of dreigen ze als “vergeten groenten” te eindigen nu het contact met Paramaribo via speedboot en vliegtuig steeds makkelijker wordt?

De slaven konden niet veel goederen meenemen op hun vlucht naar de vrijheid, maar wel hun ideeen over ziekte en gezondheid en hun herinneringen uit Afrika. Hoe vonden ze Surinaamse planten om hun Afrikaanse aandeningen te genezen? Student Tessa (Universiteit Leiden) gaat Aukaanse vrouwen interviewen over mysterieuze kinderziektes als het boze oog en ‘atita’.

Lees ons verslag uit het Aukaanse dorpje Moytaki (Tapanahoni Rivier) en het Saramaccaanse dorp Jawjaw (Suriname Rivier) op dit blog. Met enige vertraging, want internet groeit niet tussen de bomen in het bos.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s